Hoe het bestand is opgebouwd
Het EUDR-informatiesysteem (TRACES) aanvaardt alleen GeoJSON, het formaat van de norm RFC 7946. Gebruikelijk is een FeatureCollection met één Feature per perceel: elke Feature bevat een geometrie en desgewenst eigenschappen voor de producent, het land, de naam van het perceel en de oppervlakte. Dezelfde regels gelden voor de import op het scherm en voor de API.
Geldige geometrieën: Point, MultiPoint, Polygon en MultiPolygon. LineString en MultiLineString beschrijven geen perceel en TRACES weigert ze. Twijfel je tussen punt en polygoon, dan staan de 4-hectareregel en het geval van runderen in de gids geolocatie: punt of polygoon. Hier gaat het om het bestand.
Je kunt een voorbeeldbestand downloaden met twee fictieve koffieboerderijen in Huila (Colombia): een van 1,8 ha als punt en een van ongeveer 6,7 ha als polygoon. Open het in geojson.io of QGIS en gebruik het als sjabloon.
Coördinaten: WGS84, lengtegraad eerst en zes decimalen
GeoJSON kent maar één referentiesysteem: WGS84 (EPSG:4326), in decimale graden. Stuurt je leverancier UTM-coördinaten, graden, minuten en seconden of een nationaal stelsel, dan moet je die eerst omzetten. TRACES doet dat niet voor je.
Elke positie schrijf je als [lengtegraad, breedtegraad], in die volgorde. Dat is omgekeerd aan hoe je ze uitspreekt en hoe Google Maps ze toont, en het is de meest gemaakte fout: de voorbeeldboerderij komt met omgedraaide volgorde op Antarctica terecht. Een breedtegraad buiten -90 tot 90 of een lengtegraad buiten -180 tot 180 wordt geweigerd.
De verordening vraagt minstens zes decimalen (art. 2.28). TRACES kapt vóór het opslaan af op zes, dus meer sturen voegt niets toe en in extreme gevallen worden twee verschillende hoekpunten hetzelfde punt en is de polygoon ongeldig. Precies zes decimalen is juist. Let op met Excel: dat rondt af zonder te waarschuwen.
Welke eigenschappen leest TRACES?
TRACES leest vier optionele eigenschappen per Feature en negeert alle andere. Hoofdletters tellen: productionplace telt niet als ProductionPlace.
| Eigenschap | Verplicht? | Voorbeeld | Wat het is |
|---|---|---|---|
| ProducerName | Nee | María Ejemplo Rojas | Naam van de producent |
| ProducerCountry | Ja in een bestand met meerdere producenten (type II) | CO | Land van productie, ISO-code van twee letters |
| ProductionPlace | Nee, maar aanbevolen | Finca La Esperanza | Naam van het perceel of de plaats |
| Area | Nee; gebruikt bij punten | 1.8 | Oppervlakte in hectare |
- Area is een getal: schrijf 1.8, niet "1.8". Tussen aanhalingstekens leest TRACES het niet als getal en wordt de oppervlakte 0.
- Heeft een punt geen Area, dan zet TRACES 4 ha. Een punt met meer dan 4 ha geeft een fout, behalve bij runderen. Het minimum is 0,0001 ha.
- Een landcode die niet bestaat, leidt tot weigering van het bestand.
- Er zijn twee varianten met dezelfde structuur. Type I: één producent, voor de API en voor import op producentniveau. Type II: meerdere producenten, gegroepeerd op ProducerName en ProducerCountry, voor import op het scherm op grondstofniveau.
Polygonen die TRACES aanvaardt
De meeste weigeringen komen door de geometrie. Een geldige polygoon voldoet aan al deze punten:
- Hij is gesloten: het laatste coördinatenpaar is gelijk aan het eerste.
- Hij heeft minstens vier posities, de sluitende meegeteld, en die liggen niet allemaal op één rechte lijn.
- De zijden kruisen elkaar niet (geen achtvormen) en vouwen niet naar binnen.
- Hij heeft geen gaten. Omsluit het perceel een enclave, bijvoorbeeld een stukje bos dat niet bewerkt wordt, splits het dan in twee halvemaanvormige polygonen.
- Geen twee hoekpunten vallen samen na afkappen op zes decimalen.
Meerdere losse percelen van één producent kunnen als afzonderlijke polygonen of als één MultiPolygon. Wat niet mag, is een polygoon van meer dan 4 ha vervangen door een punt om een fout te omzeilen.
Groottelimieten
De geolocatie van één DDS mag, alle bestanden samen, niet groter zijn dan 25 MB. Daarnaast zijn per grondstof maximaal 1.000 producenten toegestaan en per DDS maximaal 10.000. Dat zijn systeemlimieten die de Commissie in haar validatieregels publiceert en kan wijzigen.
Ga je erover, dan raadt de Commissie twee dingen aan: gebruik voor een recht stuk maar twee punten in plaats van een hoekpunt om de 5 of 10 meter, zoals gps-toestellen in trackmodus maken, en gebruik voor percelen onder 4 ha een punt in plaats van een polygoon. Vereenvoudig je in QGIS, controleer dan achteraf dat de oppervlakte nauwelijks veranderd is.
Het bestand controleren en herstellen
Open het bestand vóór het uploaden in geojson.io: binnen enkele seconden zie je of de percelen liggen waar ze horen of dat er een in zee is beland. Dat is de snelste controle op omgedraaide coördinaten. Om te herstellen is QGIS gratis:
- Laag herprojecteren (Reproject Layer) naar EPSG:4326 als het origineel in UTM of een ander stelsel staat.
- Geldigheid controleren (Check Validity) om zelfdoorsnijdingen te vinden en Geometrieën repareren (Fix Geometries) om ze te herstellen. Controleer het resultaat: soms wordt een polygoon in tweeën gesplitst.
- Bij het exporteren: formaat GeoJSON, CRS EPSG:4326, coördinaatprecisie 6 en de optie RFC7946 aan.
- Hernoem de velden naar ProducerName, ProducerCountry, ProductionPlace en Area, met die hoofdletters, en sla Area op als decimaal getal.
- Een KML uit Google Earth of een shapefile open je in QGIS en exporteer je op dezelfde manier. TRACES aanvaardt geen andere formaten en geen bestanden met wachtwoord.
Wanneer een leverancier of importeur een GeoJSON in Sourevo uploadt, worden het referentiesysteem, het bereik van de coördinaten, de sluiting van de polygonen, de 4-hectareregel en de geldigheid van elke geometrie (met PostGIS) gecontroleerd voordat het perceel in een DDS kan komen. ProducerName, ProducerCountry, ProductionPlace en Area worden gelezen, en een polygoon die identiek is aan een al geüploade wordt overgeslagen.
Zijn de percelen in orde, dan volgen de satellietcontrole en het indienen van de DDS.
Veelgestelde vragen
- Kan ik een KML, een shapefile of een spreadsheet met coördinaten uploaden?
- Niet rechtstreeks: TRACES aanvaardt alleen GeoJSON. Zet het eerst om met QGIS of een ander hulpmiddel en controleer dat het in WGS84 met zes decimalen staat.
- Wat gebeurt er als een punt geen eigenschap Area heeft?
- TRACES zet standaard 4 ha. Is het perceel kleiner, geef dan de werkelijke oppervlakte. Is het groter dan 4 ha en gaat het niet om runderen, dan heb je een polygoon nodig.
- Is het een probleem om meer dan zes decimalen op te geven?
- Het geeft geen fout, maar het heeft geen zin: TRACES kapt af op zes. Bij zeer gedetailleerde polygonen kan dat hoekpunten samenvoegen en een goede geometrie ongeldig maken.
- Eén bestand per producent of één voor allemaal?
- Via de API en bij import op producentniveau één bestand per producent (type I). Op het scherm kun je op grondstofniveau één bestand met meerdere producenten importeren (type II), met ProducerName en ProducerCountry in elke Feature.
- Hoe geef ik een perceel met een gat op?
- TRACES aanvaardt geen polygonen met gaten. Splits het perceel in twee polygonen die om het gat heen lopen, aan elke kant één.